Wat zeg je?

      Geen reacties op Wat zeg je?

Met een vrolijk goedemorgen kwam ik haar appartement binnen. Het bleef stil. Ik keek om het hoekje van de slaapkamer en daar zat ze, in vol ornaat, haar dikke grijze lange krulhaar te borstelen in haar bont gekleurde ochtendjas. Het haar lag als een krans om haar hoofd, haar oren verstopt tussen haar lokken. Ze lachte toen ze me zag. “Ik heb je helemaal niet binnen horen komen?”
“Zal ik u helpen met douchen? ” vroeg ik terwijl ik de gordijnen opentrok. Er kwam geen reactie. Ik herhaalde mijn vraag nog een keer, maar dan wat harder. “Wat zeg je kind? ” Verbaasd keek ik op. Gisteren hoorde ze nog alles en nu leek er iets goed mis. Mijn hersenen waren flink aan het kraken terwijl ik de termen over klinisch redeneren die we net op school hadden behandeld de revue liet passeren in mijn gedachten. Misschien gewoon een oorontsteking? Ze zag er alleen verre van ziek uit.

Ik liep even de gang op om de verpleegkundige te bellen. Hier zou ik punten mee kunnen scoren als leerling. Ik vertelde aan de telefoon hoe ik mevrouw vanmorgen aantrof. Ze beloofde zo snel mogelijk te komen. Ik liep weer terug naar de slaapkamer waar mevrouw nog steeds voor de spiegel haar haren zat te borstelen. Toen ik achter haar stond vroeg ik, vrij hard: “Heeft u ook oorpijn?” In de spiegel kon mevrouw zien dat ik mijn mond bewoog, ze fronste haar wenkbrauwen. “Sorry, zei je iets? O wacht….” Mevrouw groef met haar handen tussen het haar en haalde een propje uit haar oor. “Er was zo’n herrie op straat vannacht dat ik er niet van kon slapen” Terwijl ze het propje openvouwde grinnikte ze: “Tja, ik kon geen oordoppen vinden dus vond deze kerstzakdoekjes in de la.” en wees naar haar kaptafel waar een papieren zakdoekje  lag met een paar missende stukjes. Mevrouw ontvouwde het oor van Rudolph het rendier en gooide het weg. “Wat zei je nou?” vroeg mevrouw, “Ik denk dat ik je nu veel beter kan horen.” Ik moest lachen én mijn wangen werden een tikkeltje roder toen de verpleegkundige binnenkwam terwijl mevrouw net het tweede propje uit haar oren haalde. “Dat is dan de rode kerstbal” zei ik schaapachtig, wijzend naar het ontbrekende stukje op de kerstzakdoek.  De verpleegkundige keek ons niet begrijpend aan. Tja….deze diagnose had ik niet in de boeken staan. We hebben er met z’n drieën in elk geval hartelijk om kunnen lachen.

(C) Erika Steensma-Doornenbal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *